Een kind in de kinderpalliatieve zorg ontvangt vaak zorg op meerdere plekken. Blijft een afgesproken behandelbeperking dan overal geldig? De KNMG geeft helderheid.

Zorgverleners, ouders en kinderen weten niet altijd waar ze aan toe zijn als het gaat om behandelbeperkingen in de kinderpalliatieve zorg. Is een afspraak die in het ziekenhuis of een instelling is vastgelegd, ook geldig in de thuissituatie, tijdens vervoer of bij een andere zorgverlener? Het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg vroeg de KNMG om hierover advies uit te brengen. Daarop verscheen het KNMG-advies Ethische en juridische kaders afstemmen behandelbeperkingen-beleid in de kinderpalliatieve zorg.

Geldigheid is situatie-, context- en actor-afhankelijk

Het advies maakt duidelijk dat een behandelbeperking niet automatisch geldig is buiten de setting waarin deze is afgesproken. De geldigheid hangt af van de situatie, de context en de betrokken zorgverlener. Dat betekent niet dat een zorgverlener een bestaand beleid zomaar naast zich neer kan leggen: continuïteit en consistentie blijven belangrijk, juist in de complexe praktijk van de kinderpalliatieve zorg. Dat past bij de professionele afweging die elke zorgverlener maakt, in samenspraak met kind en ouders binnen de driehoeksrelatie, gebaseerd op de bestaande wet- en regelgeving, waaronder de WGBO.

De KNMG adviseert zorgverleners om:

  • een regiebehandelaar aan te stellen;
  • behandelbeperkingen op te nemen in het Individueel Zorgplan (IZP);
  • proactief en overkoepelend beleid te maken voor alle settings waar het kind zorg ontvangt;
  • het afgestemde beleid geregeld te kalibreren met betrokken zorgverleners, kind en ouders;
  • wensen en grenzen rond behandelbeperkingen tijdig te bespreken met kind en ouders.

Het volledige KNMG-advies, met daarin ook de praktische tips en het overzicht van de ethische en juridische kaders is hier te downloaden.