← Terug naar overzicht

Column: Trots op ons vak, lessen uit een stage

Artikel · ·Lynn Pepermans

Download als PDF

Soms leer je het meeste niet door nieuwe kennis op te doen, maar door ergens anders mee te kijken, schrijft Lynn Pepermans, AIOS verstandelijk gehandicapten in onderstaande blog. ‘Tijdens mijn laatste stage buiten de verstandelijk gehandicaptensector (VG-sector) besefte ik des te meer hoe bijzonder onze manier van werken eigenlijk is.’

Tijdens mijn stage werd ik betrokken bij een casus in het verpleeghuis, waar het ging om een man van tachtig jaar met een verstandelijke beperking. Met name tijdens de dagelijkse verzorging liet hij regelmatig verbale agressie zien tegen de verzorging. Hoe kon verzorging dit voorkomen?  

Natuurlijk denk ik graag mee, mijn hart gaat zelfs een beetje sneller kloppen als het om een cliënt met een verstandelijke beperking gaat. Ik mis het werken met mensen met een verstandelijke beperking tijdens dit stagejaar. Tegelijkertijd merkte ik hoe anders het is buiten de VG-sector. In het verpleeghuis werd er naar mij gekeken voor oplossingen, terwijl de verzorging een meer uitvoerende rol heeft. Ik kreeg hierdoor het gevoel dat ik hen iets oplegde, in plaats van dat we samen zochten naar een oplossing. Wat ik fijn vind in de VG-sector is hoe dit soort problematiek als team wordt aangepakt. De begeleiding heeft een actieve rol in de overleggen en komt zelf al met vaak hele creatieve oplossingen. Er is al heel veel bedacht en ingezet voordat ik als arts betrokken wordt.  

Ik begon mij af te vragen waar dit verschil mee te maken kon hebben. Ik zie op beide werkplekken gemotiveerde professionals die de best mogelijke zorg willen leveren voor de cliënt. Toch voelt de dynamiek echt anders.  

Ten eerste speelt mogelijk het ontbreken van kennis over onze doelgroep binnen het verpleeghuis een rol. Als men niet de kennis heeft over de betekenis van de mate van de verstandelijke beperking of de sociaal-emotionele ontwikkelingsleeftijd, is het ook lastig om met oplossingen te komen die hierbij aansluiten. In het verpleeghuis waar ik stageliep, werkten geen gedragswetenschappers of orthopedagogen. Bij vergelijkbare casussen in de VG-sector spelen zij een belangrijke rol. De betrokken psycholoog had geen ervaring met cliënten met een verstandelijke beperking. Het mooie van de stages is dat wij als AIOS bij verschillende werkplekken en specialismen een stukje van onze kennis kunnen achterlaten.  Niet alleen door mee te denken in casuïstiek, maar ook door klinische lessen te geven en onze richtlijnen te delen met de andere zorgprofessionals.  

Mogelijk speelt een andere manier van denken, die naar mijn idee al veel meer ‘ingeburgerd’ is binnen de VG-sector, ook een rol. Niet denken vanuit ´hoe kunnen we dit vervelende gedrag stoppen´, maar ´waarom vertoont iemand dit gedrag, wat heeft iemand nodig en hoe kunnen we hem hierin voorzien´. Er waren bijvoorbeeld hele mooie benaderingsadviezen voor de situaties waarin de cliënt verbale agressie vertoonde, maar er was nog niet stilgestaan bij de vraag waarom hij plots zo kon uitvallen.  

Deze manier van denken zorgt ervoor dat we een brede blik houden. Ik merk ook dat we in de VG-sector elkaar hierin motiveren door in een overleg hardop de eerdergenoemde vragen te stellen. Iedereen heeft zijn eigen expertise om in te brengen, maar uiteindelijk komen we met elkaar tot een oplossing. Mogelijk dat in het verpleeghuis de taken en verantwoordelijkheden van elke discipline nog wat meer gescheiden zijn.  

Ik realiseer mij ook dat voor deze manier van denken men tijd en ruimte in het hoofd nodig heeft en dat dit er bij de verzorgenden in het verpleeghuis regelmatig niet voldoende was door personeelstekorten en hoge werkdruk. Ik kan de werkdruk niet vergelijken tussen beide werkplekken, maar ik denk wel dat het de manier van werken in het verpleeghuis beïnvloedt. Voor ons goed om te beseffen dat personeelstekorten in de VG-sector ook een mogelijke bedreiging vormen voor onze manier van werken en ons af te vragen in welke mate dit mogelijk nu ook al speelt.  

Mijn advies voor de cliënt in deze casus: zorg voor veiligheid en voorspelbaarheid de hele dag en nacht om te voorkomen dat spanning op momenten oploopt en hij boos wordt. Hoe? Door gebruik van een dagprogramma, ondersteunende communicatie en regelmatige gesprekjes met een vaste verzorgende. Voor ons niets nieuws of ´out of the box´, maar hier in het verpleeghuis wel een eyeopener. Ook geef ik hier eigenlijk een niet-medisch advies, maar wel een advies dat veel verschil kan maken voor deze cliënt en hopelijk ook voor andere cliënten. Ik realiseer me dat deze manier van werken voor ons misschien bijna normaal is geworden, maar door nu op andere plekken te werken, besef ik hoe bijzonder ons vak eigenlijk is en hoe uniek onze rol is binnen een team van andere inspirerende professionals.  

Wij mogen best een beetje trots zijn op ons vak en de manier waarop wij omgaan met complexe casuïstiek. Als iemand mij vraagt waarom ik dit vak heb gekozen, zal ik trots vertellen over ons unieke en mooie vak. Laten we deze manier van werken vooral ook bewaken en beschermen, juist in tijden van toenemende personeelstekorten en hoge werkdruk.  

Dit artikel is onderdeel van het juninummer van TAVG 2026.