Achterbanraadpleging voortgang Visie eerstelijnszorg 2030 (IZA)

In januari 2024 hebben alle betrokken zorgorganisaties een gezamenlijk toekomstplan opgesteld: de Visie eerstelijnszorg 2030. Dit plan is onderdeel van het grotere Integraal Zorgakkoord (IZA). De afgelopen maanden is er hard gewerkt aan concrete plannen om deze visie werkelijkheid te maken.

Wat willen we bereiken in 2030?

We hebben zes hoofddoelen vastgesteld:

  1. De hoge werkdruk in de eerstelijnszorg moet omlaag. Dit is nu een groot probleem voor zorgverleners.
  2. Mensen moeten beter voorbereid worden op hun bezoek aan bijvoorbeeld de huisarts. Ook moet duidelijker zijn wanneer de eerstelijnszorg de juiste plek is voor hun zorgvraag.
  3. De zorg moet goed aansluiten bij wat mensen echt nodig hebben. Hierbij ligt de focus op gezondheid en kwaliteit van leven. Waar nuttig maken we gebruik van digitale hulpmiddelen.
  4. Slimmer omgaan met de beschikbare mensen en middelen in de eerstelijnszorg. Ook kijken we hoe taken beter verdeeld kunnen worden.
  5. Zorgverleners in de wijk gaan nog nauwer samenwerken.
  6. De eerstelijnszorg moet goed bereikbaar zijn. Ook werken we aan betere regionale samenwerking om problemen gezamenlijk op te lossen. Voor crisissituaties komt er een 24/7 beschikbare infrastructuur.

Al deze plannen zijn uitgewerkt in een werkagenda (te vinden in paragraaf 6.2 van de visie) en een realisatieagenda met concrete stappen om deze doelen te behalen.

Wat is er bereikt?

We hebben twee belangrijke nieuwe documenten opgesteld. Ten eerste is er een notitie over de regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV) (zie hieronder). Deze notitie geeft antwoord op de open vragen uit onze werkagenda.

Daarnaast hebben we een realisatieagenda visie eerstelijnszorg 2030 (link) gemaakt. In dit document staat precies beschreven welke acties we gaan ondernemen om onze plannen waar te maken.

Voordat we deze realisatieagenda opstelden, hebben we eerst met alle betrokken partijen een zorgbelofte voor de eerste lijn gemaakt. Deze belofte beschrijft de doelen voor de komende jaren. In december hebben alle bestuurders hun goedkeuring gegeven aan deze documenten.

We zijn ervan overtuigd dat deze plannen zullen helpen om de zorg in de buurt te verbeteren. Door betere samenwerking tussen zorgverleners in de wijk en regio kunnen we straks nog betere multidisciplinaire zorg bieden, vooral voor mensen die complexe zorg- en welzijnsvragen hebben.

We vragen je mening

We leggen deze plannen met een positief advies aan je voor. Over de genoemde documenten willen we graag drie vragen aan je stellen:

  1. Helpen de uitwerking van de regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden en de acties uit de realisatieagenda jou of jouw zorgorganisatie en de gehandicaptenzorg om de gezamenlijke doelen te bereiken?
  2. Missen er belangrijke punten of heb je principiële bezwaren? Zo ja, welke?
  3. Heb je ideeën over wat er nodig is om deze plannen tot een succes te maken?

Reageren? Doe dit vóór 1 maart

Als je wilt reageren op de vragen hierboven, stuur dan je antwoorden vóór 1 maart naar hans.cosijnse@nvavg.nl. Dit is belangrijk omdat:

  • begin maart moet alle input verwerkt worden
  • op 11 maart wordt dit besproken tijdens de thematafel
  • op 19 maart staat het op de agenda van het Bestuurlijk Overleg IZA

Extra hulpmiddel voor de praktijk

Daarnaast sturen we je de goedgekeurde handreiking hechte wijkverbanden toe (link). Dit document is bedoeld als inspiratie en praktisch hulpmiddel om in de wijken met elkaar aan de slag te gaan. De komende tijd gaan we zorgen dat deze handreiking breed verspreid wordt.

Belangrijke kanttekening over de arts VG

We willen benadrukken dat de rol van de arts VG in de eerstelijns samenwerkingsverbanden en wijkteams beperkt zal zijn. Dit heeft twee belangrijke redenen:

  • Er is weinig tijd beschikbaar voor deze taken
  • Er zijn relatief weinig artsen VG

Dit betekent dat de arts VG vooral op regionaal niveau zal werken, en minder in de wijk zelf. Ze zullen vooral telefonisch bereikbaar zijn en minder vaak fysiek aanwezig kunnen zijn. Ondanks deze beperkingen blijft hun rol wel erg belangrijk. Het vraagt een gezamenlijke inspanning van de arts en zorginstelling om dit goed te organiseren.